#30 Waarom thuis wonen niet ging

Mijn broer heeft zijn uiterste best gedaan om mij te kalmeren en te verzorgen. Het lukte hem aardig maar ik bleef psychotisch. In de dagen erna overlegde hij constant met mijn moeder en een lokale psychiater. Uiteindelijk leek het iedereen beter mij naar huis te brengen.

Toen ik weer thuis was werd het iedereen duidelijk dat ik psychotisch was. Dat betekende ook dat ik niet langer voor mijzelf kon zorgen. Ik was te verward.

Mijn moeder zou nog vele malen vertellen hoe die verwardheid er uit zag:

“In die dagen moest ik constant op hem lette. Hij kon namelijk de gekste dingen doen. Op dag smeerde hij tandpasta op zijn gezicht, als een soort gezichtscrème.  Een andere dag maakte hij een mengsel van meel, een rauw ei, mayonaise, ketjap en zo’n beetje alle kruiden uit mijn kastje.

Als we een wandeling maakte kon hij ineens een boom in klimmen of gefacineerd raken door een blaadje op de grond. Ook was ik bang om hem uit het oog te verliezen. Hij zou weer kunnen verdwalen en zijn weg naar huis niet terug kunnen vinden. Hij was zo in de war…  

Ook communiceren ging moeizaam. Wat hij zei was bijna niet te volgen. Als ik hem dan weer eens niet begreep kon hij ineens heel boos of juist heel worden. Gespreksonderwerpen veranderden heel snel van de hak op de tak. Hij was heel makkelijk afgeleid door zijn omgeving, en zag deze vaak anders dan hoe wij hem zagen.“

Via de huisarts zou ik medicatie krijgen. Deze zou echter niet aanslaan. Twee maanden lang woonde ik bij mijn moeder thuis en dat was haar echt te veel. Ik bleef onrustig, psychotisch.

Deze dagen waren voor mijn moeder mentaal en emotioneel heel zwaar. Zo zwaar dat ze het niet vol hield. Daarom besloot mijn moeder en broer mij naar een psychiatrische ziekenhuis te sturen.

Het was voor mijn moeder mentaal en emotioneel heel zwaar om voor mij te zorgen. Zo zwaar dat ze het niet vol hield. Daarom besloot mijn moeder en broer mij naar een psychiatrische ziekenhuis te sturen.

Op dat moment kon ik niet fatsoenlijk voor mijzelf zorgen. Ik was zo in de war dat ik zou vergeten te eten en vergeten te slapen. Bovendien kon ik een gevaar zijn voor mijzelf en moest er op mij gelet worden. Dat en ik had de juiste medicatie nodig.

Het was duidelijk dat ik naar de gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis moest. Dit was de plek voor mensen die niet fatsoenlijk voor zichzelf konden zorgen. Daar psychiaters en verpleegkundigen mij goed in de gaten kunnen houden. Daar zou ik minimaal een maand moeten blijven.