#9 Bellen met een detective

De paniek werd steeds heftiger. Ik voelde mij nergens meer veilig. Mijn gedachten raasden aan mij voorbij ‘wat als ik gevolgd word? Wat als ze me iets aan willen doen?’

Wat voelde als een heldere ingeving was om de politie te bellen. Dit wou ik echter niet doen in het zicht van potentiele achtervolgers. Het leek mij een goed idee mij te verstoppen.

‘Dit verwachten ze niet’ dacht ik, en klom snel in een boom.

Vanuit de boom belde ik met mijn oude Nokia het alarmnummer. In paniek en in de war vertelde wat er aan de hand was. Binnen een minuut werd ik doorverwezen naar een detective. Hem vertelde ik uitgebreid van de drugsdealer, het verzonnen netwerk van criminelen en mijn backpack.

Op dat moment was ik erg in de war. De detective zal het wel niet helemaal hebben kunnen begrijpen wat ik hem vertelde.

‘Dus je hebt je tas achtergelaten bij een drugsdealer’ zei de detective samenvattend ‘Ok. Waar ben je?’

Uiteindelijk begreep hij op welk plein ik was.
‘Ik stuur wel iemand naar je’ zei hij.
‘Ok dankjewel’ zei ik dankbaar, en bleef wachten in de boom.’

Vanuit de boom zag ik een groot druk plein. Tussen al die mensen zocht ik naar een agent, en de agent naar mij.

Even later werd ik teruggebeld. ‘waar ben je’ zei de detective geïrriteerd. ‘Ik was op het plein, maar ik heb geen politie gezien. Zei ik ook geërgerd ‘Ik zie nergens politie!’

‘Die is er! Maar ze kunnen je niet vinden’ zei hij gefrustreerd.

Waar ik ook keek, ik zag nergens politie.

De detective wilde het simpel houden ‘kom maar gewoon tevoorschijn’ zei hij geërgerd.
‘Nee’ zei ik boos.
Hij hing op.

Hij had er waarschijnlijk genoeg van gehad. Mijn gedrag had hem geïrriteerd en nu was de persoon die mij kon helpen boos op mij. Het leek mij een goed idee om terug te bellen naar het nummer van de detective, om mijn excuses aan te bieden.

Toen ik nog twee keer terugbelde hing hij gelijk weer op. Kennelijk was hij mij echt zat.

De vierde keer dat ik terug belde hoorde ik een lange pieptoon. Op mijn mobiel stond een melding ‘je nummer is geblokkeerd.’

Waaaaaaaaaat?! No way!‘ Dacht ik storm verbaasd. Dit kon toch niet waar zijn.
Door de racende gedachten kon ik helemaal niet meer nadenken.

Mijn paniek ging in overdrive ‘Waarom zou hij dat doen! Ik zit toch in een noodsituatie! Dit kunnen ze toch niet maken!‘ Mijn gedachten sloegen volledig op hol ‘Dit is niet eerlijk. Ze zijn corrupt…

Corrupte politie!‘ ‘Wat nu als de politie ook corrupt is!’. Uiteindelijk concludeerde ik dat het goed zou kunnen dat de politie corrupt was en samenwerkte met drugsdealers.

Dit soort gedachten patronen zijn typerend voor een psychose. Het ene onredelijke argument bouwt voort op het volgende. Zonder werkelijk bewijs argumenteert een persoon steeds onrealistische en raakt overtuigd van zijn eigen onrealistische argumenten.