# 10 Het breken van de simkaart

Het voelde niet langer veilig om in de boom te zitten. Ik klom er uit en liep snel weg van het plein. Al snel kwam ik bij een rustige straat waar ik ver achter mij niemand kon bespeuren. Hier kwam ik wat meer tot rust. Nog een paar keer keek ik achterom, maar bespeurde geen achtervolgers.

Op dat moment was ik er vol van overtuigd dat de politie samenwerkte met de drugsdealers. En omdat dat zo was, had ik net geprobeerd een drugsdealer te verklikken. Dat bracht mij in levensgevaar, en ik moest er voor zorgen dat ik niet gepakt werd.

In films had ik wel eens gezien dat de politie een mobile telefoon kon traceren. De manier dat de helden uit die films de politie om de tuin leiden was door de mobiel telefoon ergens achter te laten. Ik was echter erg gehecht aan mijn mobieltje. Ik bedacht me dat ze me niet zouden kunnen traceren. Als ik mijn simkaart brak.

Zoals ik dat vaker gedaan had haalde ik mijn simkaart uit mijn mobile telefoon. Nog even keek ik naar deze simkaart. Het zou niet moeilijk zijn een nieuwe te krijgen wanneer ik weer veilig in Nederland was. Bovendien zou ik via een internet café of dergelijke mijn familie te kunnen contacteren.

Met deze geruststellende gedachte in mijn achterhoofd brak ik mijn simkaart tussen mijn vingers, gooide deze in een prullenbak.

Een tijdje liep ik verder te dwalen door de straten van Madrid. Ik kwam een andere backpacker tegen en we raakte aan de praat. Het was een vrolijke jongen uit Noorwegen, en deze jongen luisterde aandachtig naar al mijn gedachtenkronkels.

‘dat zal toch allemaal wel meevallen’ concludeerde hij nuchter. ‘Waarschijnlijk kun je je backpack gewoon gaan ophalen. Kom, ik loop wel met je mee naar zijn appartement.’

En dat deed hij, en wachtte op roepafstand bij de trap. Gewapend met twee liter cola, een zak chips en een zak ijs klopte ik om precies vijf uur aan bij het appartement van de drugsdealer. Aan de andere kant hoorde ik hem praten in het Spaans. Hij was aan de telefoon.

 Na een spannende 10 seconden deed hij open.

‘Daar ben je! Kom binnen! Ah, je hebt ijs en cola! Laten we drinken!’ zei hij.

‘Jammer genoeg ga ik hier toch niet blijven.’ Smoesde ik.

‘Niet blijven?’ zei hij verbaasd ‘hoezo? We gaan toch drinken?’

‘Ik ben wat vrienden tegen gekomen, en ik verblijf liever bij hun’ loog ik.

Er viel een stilte.

‘Oh’ zei hij teleurgesteld ‘dan had je dat niet hoeven te halen. Neem het maar weer mee’

‘Nee joh, houd maar’ zei ik vrijgevig en zette de boodschappen op zijn aanrecht ‘ik heb alleen deze nodig.’ en pakte mijn backpack en gitaar’

‘Weet je het zeker?’ zei hij, duidelijk teleurgesteld.

‘Ja, het zit helemaal goed.’ zei ik snel’ Doei!’

Waarschijnlijk was er niets aan de hand geweest. Hij was waarschijnlijk helemaal niet een hele serieuze en gevaarlijke drugsdealer. Maar op dat moment zat er, voor het eerst werkelijk, een draadje los in mijn hoofd.